Bible-Science.info

Bijbel en wetenschap

  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

Hoofdstuk 9. Rudimentaire organen

Rudimentaire organen zijn organen waarvan men meent dat ze geen functie hebben. Evolutionisten menen dat ze overblijfselen zijn van de evolutie.

Vroeger dacht men dat een mens vele van zulke nutteloze organen had. Inmiddels weten we dat veel van die organen wel degelijk een functie hebben: ze produceren belangrijke hormonen, waren van belang tijdens ons embryonale stadium, dienen als 'reserveonderdelen' voor het geval andere organen uitvallen, of zijn nodig bij noodgevallen.

Neem bijvoorbeeld de appendix, het aanhansel van de blinde darm. Is dit een nutteloos overblijfsel van de evolutie? Dat zou heel vreemd zijn, want de apen waar we van af zouden stammen hebben geen appendix. En bovendien: ook de appendix blijkt niet nutteloos te zijn. Het helpt ons afweersysteem bij het bestrijden van infecties.

Hebben wij dan misschien een appendix omdat we verder ontwikkeld zijn dan apen? Is de appendix een nieuw orgaan dat zich bij mensen heeft ontwikkeld? In dat geval zouden konijnen en buideldieren afstammen van mensen; deze dieren hebben namelijk een veel verder ontwikkeld exemplaar. En als organen het resultaat zijn van evolutie, waarom hebben we dan niet een heleboel organen die bezig zijn zich te ontwikkelen? Omdat de mens uitontwikkeld is? Waarom zien we dan geen legio zich ontwikkelende organen bij lagere diersoorten? Het meest logische antwoord is: omdat organen niet het voortkomen uit evolutie, maar geschapen zijn door een intelligent Ontwerper.

Ook ons staartbeentje heeft voor heel wat discussies tussen evolutionisten en creationisten gezorgd. Evolutionisten zien onze 'rudimentaire staart' als het zoveelste bewijs voor evolutie. Apen hebben een staart en toen ze evolueerden tot mens zijn ze die kwijtgeraakt. Er zijn gevallen bekend van mensen die geboren zijn met een staart. Dat is toch wel een bewijs dat mensen nog steeds de genen hebben om een staart te ontwikkelen. Vervolgens proberen veel creationisten dit af te doen als 'geen echte staart'. En in bepaalde gevallen zullen ze ook best gelijk hebben. Maar stelt u zich eens een programmeur voor die een aap en een mens wil maken. Zal hij beide volkomen gescheiden van elkaar ontwikkelen? Natuurlijk niet. Hij zal iets maken dat voor beide bruikbaar is. Apen hebben een wervelkolom met staart en mensen eentje zonder staart (of een klein staartbeentje). Wanneer een mens een echte staart krijgt, is er dus kennelijk iets misgegaan in het gen dat lengte van de staart bepaalt. De aanwezigheid van onze 'staart' kan dus evengoed duiden op een intelligent programmeur en is derhalve geen bewijs voor evolutie.

Nog een voorbeeld: hoe komen vliegende dieren aan hun vleugels? Ze hebben er twee poten voor moeten inleveren, dus de evolutie moet een periode gekend hebben waarin het dier uiterst kwetsbaar moet zijn geweest voor roofdieren. Met een paar stompjes op de plek waar eerst goede poten zaten, die bezig zijn zich te ontwikkelen tot vleugels zonder dat zelf te weten. En de ontwikkeling van poot tot vleugel vergt aanpassingen in de botten, aderen, spieren, zenuwen en de hersenen, en dat allemaal zonder het van elkaar te weten. Als een bot zich tot vleugel wil ontwikkelen en de rest werkt niet mee, zal de evolutie dit als een verkeerde verandering beschouwen en het weer ongedaan maken. Als evolutie waar is, waarom vinden we dan geen resten van mislukte vissen (en andere dieren)? Die zouden toch in overvloed aanwezig moeten zijn. Verder zijn evolutionisten het erover eens dat verschillende typen vliegende dieren niet van elkaar afstammen. Vogels stammen dus niet af van bijvoorbeeld vliegende insecten. En ook de vleermuis (een zoogdier) stamt niet af van een andere gevleugelde diersoort. Alle vliegende diersoorten hebben dus onafhankelijk van elkaar vleugels ontwikkeld. Dat één diersoort dat doet is al onwaarschijnlijk; dat meerdere diersoorten dit hebben gedaan, grenst aan het onmogelijke.